Taalunie?

Taalunie?

Deze blog

In België word je als student toegepaste taalkunde en tijdens je vertalersopleiding al snel geconfronteerd met de verschillen binnen de Nederlandse standaardtaal. Naast de Nederlandse wordt ondertussen ook al een tijdje een Belgisch-Nederlandse standaardtaalvariëteit erkend. Tenminste, in theorie. In 1980 werd de "Nederlandse Taalunie" opgericht en sindsdien was het de bedoeling dat Nederland en Vlaanderen samen aan een gemeenschappelijk taalbeleid zouden werken. Twintig jaar later viel het op dat de Van Dale-redactie meer en meer Belgisch-Nederlandse woorden in haar woordenboeken begon op te nemen die dan in het beste geval het label "algemeen Belgisch-Nederlands" kregen.

Toch worden Belgische vertalers er vriendelijk op gewezen dat ze zich aan "de Nederlandse" taalnorm moeten houden. Op zich niets vreemds: er moet vanzelfsprekend een taalnorm zijn en daaraan hebben natuurlijk ook vertalers zich te houden.
Maar wat blijkt nu? Hoewel het Nederlands twee standaardtaalvariëteiten heeft en er een gemeenschappelijk taalbeleid zou moeten zijn, is er in "de Nederlandse" norm nauwelijks plaats voor Belgische inbreng. Hoewel het nu niet meer heet "zeg niet X maar wel Y", komt het er in principe nog altijd op neer: "Schrijf niet op een boogscheut maar wel op kleine afstand." Anders verstaan de Nederlanders ons niet?
Van deze taalnorm wil vooral het geschreven/gepubliceerde woord niet afwijken. Tot voor kort werd Vlaamse literatuur zo bijna volledig - zoals Jeroen Brouwers het zou verwoorden - "herschreven"; d.w.z. radicaal vernoordnederlandst. Brouwers (die zelf als corrector voor de uitgeverij Manteau gewerkt heeft) beweerde daarom ook niet zonder reden: "De Vlaamse letteren zijn vervalst." Gelukkig zijn er intussen toch al enkele uitgeverijen en schrijvers die zich van deze praktijk distantiëren.
Maar wat in de Vlaamse literatuur langzaamaan mogelijk wordt, kan blijkbaar nog altijd niet in de naar het Nederlands vertaalde literatuur en meer dan de helft van de fictie, die in ons taalgebied wordt uitgegeven, zijn vertalingen.
Meer nog: onderzoek uit 2005 heeft aangetoond dat Vlamingen nauwelijks literatuur vertalen omdat uitgeverijen liever met Nederlanders samenwerken. In juni 2009 gaf ook de Nederlandse Taalunie toe dat Vlaamse vertalers een groep vormen die "speciale aandacht nodig" heeft: "Nog maar al te vaakgeven uitgevers de voorkeur aan Nederlandse vertalers boven Vlaamse vertalers, ongeachtde kwaliteit. Voor de Taalunie is deze discriminatie onaanvaardbaar en onbegrijpelijk."

Het is me opgevallen dat vele Nederlandstaligen zich niet bewust zijn van dit alles. Tijdens het laatste jaar van mijn studies wil ik zoveel mogelijk informatie verzamelen over de taalnorm en het daarop gerichte uitgeversbeleid in "ons" taalgebied; die informatie wil ik in deze blog delen.

Reacties zijn welkom!
(Kan er eigenlijk over de taalnorm gesproken/gediscussieerd worden?)


[last updated in March 2010]

"De Vlaams-Nederlandse taalpolitiek"

Taalunie?Geplaatst door Reglindis De Ridder do, maart 25, 2010 10:16:49

Griet van Raemdonck is een Vlaamse vertaalster van kinder- en jeugdboeken. In vergelijking met volwassenliteratuur worden voor kinder- en jeugdliteratuur meer Vlaamse vertalers geëngageerd (waarschijnlijk omdat daar ook gevestigde auteurs - zoals Bart Moeyaert - bij zijn). Maar ook hier wordt de discriminatie van Vlaamse vertalers gehekeld. Nadat ze het gebrek aan subsidies voor literaire vertalers in België heeft aangeklaagd, antwoordde ze het volgende in een interview:

"Mijn grootste probleem wat het werk betreft, ligt in de Vlaams-Nederlandse taalpolitiek. Een Vlaming wordt automatisch gediscrimineerd als vertaler. [eigen vetdruk] Men gaat er vanuit dat de 'Vlaamsismen' een slechte invloed zullen hebben op de verkoop. De grote schrik van de uitgevers is dat je een recensie zou krijgen met de opmerking dat je taal 'Vlaams' gekleurd is. (Van Raemdonck, 1999, p. 234)"

Daarop volgt wat later haar voorstel:

"Zo zou volgens mij dat probleem van noord en zuid goed opgelost kunnen worden: een Vlaamse vertaler met een Nederlandse corrector en een Nederlandse vertaler met een Vlaamse corrector. We hoeven toch niet allemaal 'randstad-Hollands' te gaan schrijven! [eigen vetdruk]"

BRON: Van Raemdonck, G. (1999). "Een boek vertalen, is een boek herschrijven". Leesidee jeugdliteratuur, 1999, Nummer 5, 229-238.

Haar voorstel lijkt mij echter weinig zinvol: een Vlaams vertaler met een Nederlandse corrector? Zo is de situatie nu al in de meeste uitgeverijen waar een Vlaming dan al literatuur mag vertalen en van samenwerking is daar nauwelijks sprake. Vertalers krijgen niet altijd de "correcties" van de correctoren te zien. Vlamingen en Nederlanders naar compromissen laten zoeken om zo tot een neutraal Nederlands te komen (dat zowel een Nederlander als een Vlaming verstaat en vooral: waarin ze zich beiden kunnen herkennen), kan vervlakt taalgebruik tot gevolg hebben en zo afdoen aan de kwaliteit van de vertaling.

Er is volgens mij vooral nood - bij zowel Nederlanders als Vlamingen overigens - aan een mentaliteitsverandering: wanneer we willen volhouden dat we dezelfde taal spreken en daarin willen blijven geloven, moet onze taalnorm dringend toleranter worden ten opzichte van Belgische invloeden. Want indien onze "vreemde" Belgisch-Nederlandse woorden niet ingeburgerd raken, zal het Belgisch-Nederlands inderdaad vreemd blijven.

  • Reacties(0)//taalunie.reglindisderidder.be/#post2